1676 – Remonstrantse vader en zoon Vorstius in de verdrukking- ‘Doodsteek aan de absolute Predestinatie’

1676 – Remonstrantse vader en zoon Vorstius in de verdrukking- ‘Doodsteek aan de absolute Predestinatie’

175.00

Artikelnummer: 21 Categorieën: ,

Beschrijving

Volledige titel: Dit boek bestaat uit twee delen: (1) ‘Dood-steek gegeven aan de absolute Praedestinatie, die of voor, of na den Val Adams gestelt word’ en (2) ‘Noodsakelijke censure ende wederlegginge vande Noodsakelyke waarheyd, voor gesteld door Arnoldum Hachtingium, predikant binnen de stadt Dokkum’

Auteur: Er zijn twee auteurs, namelijk (1) Vorstius, Conradus (1569-1622) en zijn zoon Vorstius, Guernerus (Guerneri Vorstij, C.F., 1612-1682)

Uitgave jaar en drukker: 1676, drukker onbekend

Bijzonderheden: Het boek is opnieuw ingebonden, maar de pagina’s zijn in goede staat (zie foto’s). Het boek is een derde druk. Afmetingen: 10 x 16,5 x 2 cm

Toelichting: De Duitse theoloog Conradus Vorstius was aan het begin van de 17e eeuw het middelpunt van een intense internationale godsdienstige strijd rondom zijn persoon. Dit is terug te voeren op de ontbrandende strijd tussen de denkbeelden van de Leidse hoogleraren Arminus (de Remonstranten) en Gomarus (de Contra-Remonstranten) tijdens de Tachtigjarige Oorlog en meer in het bijzonder tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Na het overlijden van Arminius in 1609 werd Vorstius voorgesteld als zijn opvolger. Zijn voorgenomen benoeming was echter onacceptabel voor de Contra-Remonstranten die hem ervan verdachten dat hij de leer van het ‘socianisme’ aanhing en de predestinatie logende. Onder druk van onder meer de Engelse Koning Jacobus I, waren de Staten van Holland genoodzaakt zijn benoeming aan te houden. Vorstius werd in 1612 ‘tijdelijk’ naar Gouda gestuurd, waar de Remonstranten destijds een sterke positie hadden. Na de Dordtse Synode van 1618/19 kwamen de Remonstranten als ‘ketters’ onder zware politieke druk te staat. In 1620 schreef Vorstius dit boek over de predestinatie-leer (Gods voorbeschikking), waarna hij rond 1622 terug naar Duitsland ging. Twee van zonen werden ook Remonstrantse predikanten. Een van hen, Guernerus, werd predikant te Dokkum en in 1634 voor vijf jaar verbannen. In het tweede deel van dit boek reageert hij op de publicatie ‘Verantwoordinge van de nootsaekelijke Waerheydt’ (1655) van predikant Arnoldum Hachtingium, een actief bestrijder van de Remonstranten. Het eerste deel is een herdruk van het boek uit 1620. Het boek bevat een afschrift van het getuigschrift van het Goudse stadsbestuur uit 1619.